Het wilde midden.

- .

Niets te zien, alleen maar een een woestijn. Helemaal vlak en bezaaid met van die kleine groene plukjes stug, donkergroen gras. De lucht erboven rommelig, onbestemd. Blauw, noch grijs, met wolken die langzaam bewegen, maar die maar niet concreet willen worden. Een volkomen oninteressante plek dus. Waarom zien we dit? Maar plots verschijnen links drie mannen te paard. Het zijn duidelijk bandieten, kijk maar naar die smerige tronies en die vieze kleren.

Ze zijn zojuist uit de gevangenis ontsnapt. Criminelen. Kranige kerels. Maar ook een beetje domme kerels. Ze hebben zich immers eerst laten vangen. Zo te zien hebben ze geen haast.

De voorste heet Azello. Inderdaad, een Italiaan. Men fluistert over hem dat hij zijn eigen moeder vermoordde met de pasta die ze zelf had gekookt. Achter Azello komt een ongeschoren Duitser en achter de Duitser komt De Vries. Inderdaad, een Hollander. Over De Vries fluistert men dat hij de bedenker is van de reclameslogan ‘Giroblauw, past bij jou.’ Gestaag kruipen de paarden van links naar rechts. Azello is degene die praat.

‘Het gaat om de onmogelijkheid om gelijkwaardig wederkerig te zijn. Korter kan ik het gewoon niet zeggen.’

Je zíet de Duitser grommen.

‘Kijk... Stel jij bent jarig op.. wat is het? Laten we zeggen op 15 augustus. Jij bent op 15 augustus jarig en ik -eh- ik ben op 3 november jarig. Even alsof, snap je? Tussen die twee verjaardagen zit dan dus een maand en een ruime twee weken. Eén maand en twee weken om van jouw verjaardag naar de mijne te komen. Dat betekent dan dat we om de andere kant op te gaan, dus van mijn naar jouw verjaardag, we een ruime tien maanden moeten wachten. Capisci?’

Het groepje passeert het midden, zonder in te houden. We zien drie schommelende bovenlijven. Azello houdt zich stil. Je hoort De Vries zachtjes neurieën: Vijftien miljoen mensen...

‘Als ik jou nou een kaart stuur, na tien maanden, dan is dat heel knap, want al die tijd is er geen verjaardag geweest en toch heb ik eraan gedacht. Jij bent dan heel blij. Oh wat een verrassing! Maar als je dan net zo attent terug wil doen, dan is dat veel minder, want het is korter.’

Op dat hele kleine stukje aarde...

‘Ja, ik wéét best dat je het goed bedoelt. Daar gaat het niet om. Iedereen is goed.’

Die schrijf je niet de wetten voor...

‘Vanwege de tijd. Er is net een verjaardag geweest, dus dat is vers. Het is gewoon minder knap als het nog vers is.’

Die laat je in hun waarde...

‘Maar ik kan mijn verjaardag niet veranderen en jij ook niet. Onze relatie is voor altijd scheef. Gewoon vanwege een of ander stom toeval.’

Imiddels de drie bandieten uiterst rechts aangekomen. Azello en de ongeschoren Duitser sjokken uit beeld. De Vries blijft plots staan, verstard als een standbeeld.

‘...De prijs van de kaart doet er niet toe. Vergeet dat. Je kunt gewoon niet spontaan aan iets denken als het niet spontaan is.’

‘Jongens!’ schreeuwt De Vries. ‘Jongens!’

‘Jongeeens!!’ Z’n stem slaat ervan over.

‘Wat?’

‘Ik zie een leeuw!’

‘Ben je gek geworden? Waar?’

‘Daar!’ Hij wijst recht de huiskamer in. ‘Een blauwe!’

‘Goddamnit! Het is weer zover. Gunter! Pak m’n lasagna!’