Vuurtoren.

- .

Een vuurtoren, midden in de kamer. Meteen jaagt zijn moeders stem door zijn hoofd. Geen licht aan aan op klaarlichte dag! Maar moeder is er niet meer. De schemerlamp is alles nog. Hij heeft hem in het midden van zijn kleine kamer gezet, het snoer strak gespannen over de grond. Met zijn voet kan hij net bij de schakelaar. Klik aan. Klik uit. Klik aan.

Hij zou naar buiten kunnen gaan. Hij zou de afwas kunnen doen. Boodschappen misschien. Het daglicht is grijzig, maar het licht van de lamp is meer gelig. Kijk maar naar het behang. Klik aan... Klik uit. Klik aan... Klik uit.

Geroutineerd knopen zijn vingers de manchetten van zijn mouwen los. Eerst links, dan rechts. Het heeft jaren geduurd voordat hij dat met één hand kon. Met beide mouwen opgestroopt tot net over de elleboog bekijkt hij de binnenkant van zijn armen. Week. Wit kippevlees. Slap deeg. Hij zou kunnen beginnen met gewichtheffen. Hij zou zich kunnen laten tatoeëren.

Hij weet heus wel dat hij dat niet echt gaat doen. Hij zal blijven zitten in deze kamer, achter stoffige vitrage waardoor grijs licht valt en achter een dik raam van glas dat de geluiden van buiten alleen gedempt doorlaat. Er is weinig geluid vandaag. Op maandag zijn de meeste mensen gewoon aan het werk, weet je. Klik aan... Klik uit. Klik aan...